We zien dat je Internet Explorer gebruikt, een oude en onveilige browser. Daardoor kunnen we je niet de mooie website voorschotelen die we zouden willen.
Je bent van harte welkom in elke andere browser zoals bijvoorbeeld Chrome, Firefox of Microsoft Edge. Wij wachten hier wel, tot zo!
“Voor mij hoort het er gewoon bij”
Nicole werkt al ruim twintig jaar bij Bartiméus en volgt haar trainingen altijd zorgvuldig en op tijd. Ze plant trainingen maanden vooruit in haar CB‑uren om rust en overzicht te houden. Nieuwe trainingen vindt ze vaak waardevol, maar sommige herhalingsmodules of ICT‑cursussen voegen voor haar weinig toe. Toch volgt ze alles trouw omdat goede zorg actuele kennis vraagt en de inspectie erop let. Ze ziet dat collega’s soms moeite hebben door taalniveau, complexiteit of gebrek aan tijd. Klassikale trainingen en meer ondersteuning zouden helpen. Nicole leert het liefst samen met collega’s en mist scholing over reanimatie, ouder wordende cliënten en NAH. Belemmeringen zijn vooral roostering, trainingstijden en niveauverschillen. Haar verhaal benadrukt dat leren essentieel is voor goede zorg, maar dat het aanbod soms nog beter moet aansluiten bij de praktijk.
Nicole werkt al ruim twintig jaar bij Bartiméus en is begeleider op de dagbesteding in Doorn. Ze staat bekend als iemand die haar trainingen altijd op orde heeft: netjes ingepland, op tijd afgerond en goed voorbereid. Maar achter die nauwkeurigheid zit geen plichtsgevoel alleen. “Ik vind dat dit gewoon bij je werk hoort. Ik verwacht van anderen in de zorg dat ze hun kennis op orde hebben, dus dan moet ik dat zelf ook doen.”
Waar veel collega’s trainingen ‘tussendoor’ proberen te doen, werkt Nicole anders.
“Als ik weet dat een training verloopt, zet ik die maanden van tevoren al in mijn agenda. Op woensdag heb ik mijn CB-uren en dan plan ik bijna alles in. Thuis kan het niet, op de groep word ik steeds afgeleid, dus die rustmomenten op woensdag zijn echt ideaal.”
Dankzij die structuur blijft ze altijd bij. En als een training even niet lukt? “Dan schuif ik ’m gewoon een week door. Omdat ik vroeg begin met plannen, heb ik die ruimte.”
Nieuwe trainingen, zoals over verdieping in dementie, ouder wordende cliënten of autisme, vindt Nicole meestal interessant. “Daar kan ik echt iets uithalen. Soms weet je dingen wel, maar zo’n training zet alles weer scherp. Autisme was voor mij een eyeopener: ik dacht dat ik het al goed begreep, maar het ging zoveel dieper dan ik dacht.”
Maar er zijn ook trainingen die volgens haar weinig toevoegen. “Soms krijg je precies dezelfde cursus als het jaar ervoor. Dan weet ik tijdens de uitleg al wat er straks komt. Dan voelt het als een verplicht nummer.”
Ook de ICT-training die iedereen moest doen vond ze weinig zinvol. “Ik red me prima op de computer. Dan heeft het weinig nut om te testen of ik wel weet waar de knopjes zitten.”
Ondanks die verplichting blijft ze trouw alles volgen. “De inspectie kijkt hiernaar. En ik snap heel goed waarom: bewustwording is belangrijk. Niet alles is voor mij nieuw, maar je moet wel kunnen aantonen dat je weet wat je doet. Dat hoort bij goede zorg.”
Daarmee verschilt ze van sommige collega’s, die trainingen soms uitstellen. “Ik hoor vaak dat mensen ‘geen tijd’ hebben. Maar tijd kún je maken. Ik denk dat het soms ook te maken heeft met taalniveau of dat cursussen te moeilijk zijn voor sommige functies. Dan zie je er al snel tegenop.”
In haar team ziet Nicole grote verschillen in niveau en achtergrond. “Sommige collega’s spreken niet goed Nederlands. Op de werkvloer kunnen ze ermee uit de voeten, maar zo’n e-learning is dan lastig voor ze. Daar zou echt iets voor moeten komen, bijvoorbeeld automatische vertaling. Of klassikale trainingen voor medewerkers die meer begeleiding nodig hebben.”
Ze probeert het team vaak te helpen door trainingen samen te volgen, maar dat heeft ook nadelen: “Dan beantwoordt de één alle vragen en leert de ander alsnog niet. Klassikaal zou voor deze groep echt beter werken.”
Ondanks dat Nicole individueel heel zelfstandig werkt, volgt ze trainingen het liefst samen. “Je kunt casussen bespreken, sparren, verdieping zoeken. En soms is het gewoon fijn om te merken dat je niet de enige bent die ergens tegenaan loopt.”
Drie dingen springen eruit:
Nicole loopt niet snel vast, maar ze ziet wel waar het stroef gaat:
“Het zou helpen als trainingen vaker terugkomen in teamvergaderingen. Nu gebeurt dat alleen als er een probleem ontstaat.”
Nicole laat zien dat betrokkenheid en professionaliteit niet zitten in ‘zin hebben in trainingen’, maar in het besef dat leren onderdeel is van goede zorg. Tegelijkertijd laat haar verhaal zien dat het aanbod beter kan aansluiten bij verschillende niveaus, dat herhaling cruciaal is én dat sommige nieuwe thema’s hard nodig zijn.
“Het is geen wedstrijd wie het best bij is. Het gaat erom dat we allemaal leren wat nodig is om goede zorg te geven. En daar mogen trainingen best wat beter op aansluiten.”